Rommel ligt zelden midden in de kamer.
Als dat zo was, zouden we het meteen opruimen.

De meeste rommel verstopt zich.
Op plekken waar het logisch voelt om iets even neer te leggen.

Goed nieuws:
als je snapt waarom het daar blijft liggen,
is er ook altijd een oplossing —
zonder dat je je hele huis hoeft om te gooien.

Eerst even overzicht:

Daarna leg ik per plek uit:
waarom hij volloopt
én wat helpt om ’m rustiger te houden.


1. De auto

De auto is geen onderdeel van je huis.
En juist daarom blijft hier alles liggen.

Alles wat je niet mee naar binnen wil slepen, blijft achter.
Boodschappentassen.
Lege flessen.
Papieren.
En als je kinderen hebt…
laten we het over de achterbank maar niet eens hebben.

Waarom dit gebeurt
De auto is een bufferzone.
Je hoofd is al thuis, je lijf nog onderweg.

Wat helpt
Zie de auto niet als opslag, maar als doorgang.
Alles wat erin ligt, moet bij thuiskomst óf mee naar binnen
óf bewust blijven liggen tot het volgende moment.
Geen derde optie.


2. De plek waar je binnenkomt

(hal, gang, bijkeuken)

Dit is waar alles samenkomt.
Sleutels.
Tassen.
Post.
Schoenen die “nog wel een keer” terug mogen.

Waarom dit gebeurt
Dit is geen eindpunt, maar een overgang.
En overgangsplekken zuigen spullen aan.

Wat helpt
Geef deze plek één duidelijke functie:
hier kom je binnen, niet hier blijf je hangen.
Minder plekken = minder twijfel.


3. De eettafel of het aanrecht

Deze plek is zichtbaar.
En bereikbaar.
En daardoor gevaarlijk.

Wat hier ligt voelt belangrijk.
Dus laat je het liggen.

Waarom dit gebeurt
De tafel heeft te veel rollen tegelijk.

Wat helpt
Spreek met jezelf af:
de tafel is tijdelijk — niet definitief.
Alles wat hier ligt, krijgt binnen 24 uur een volgende stap
(of verdwijnt).


4. De trap of overloop

Alles wat hier ligt is onderweg.
Naar boven.
Naar beneden.
Of eigenlijk nergens heen.

Waarom dit gebeurt
Dit is een tussenruimte.
En niemand voelt zich eigenaar.

Wat helpt
Maak deze plek tijdelijk bewust tijdelijk.
Alles wat hier ligt, hoort bij een volgende ronde.
Niet bij “ooit”.


5. De rommellade (of dat ene kastje)

Iedereen heeft er één.
En iedereen weet precies welke.

Hier liggen dingen zonder status.
Niet belangrijk genoeg om weg te doen.
Niet logisch genoeg om een plek te hebben.

Waarom dit gebeurt
De rommellade is geen rommelplek.
Het is een besluit-uitstelplek.

Wat helpt
Geef deze lade een functie.
Niet “rommel”, maar:
kabels, losse spullen, kleine dingen — met grenzen.
Een rommellade mag bestaan,
zolang hij niet alles opvangt.

(Het badkamerkastje werkt vaak precies hetzelfde.)


onthoud goed

Rommel is zelden het probleem.
Het is een signaal.

Van overgang.
Drukte.
Geen duidelijke plek.
Of geen duidelijke keuze.

Je hoeft niet alles tegelijk aan te pakken.
Eén plek begrijpen
is vaak al genoeg om rust te voelen.

Zonder oordeel.
Met overzicht.


bij – de – weg

Dit is precies waarom ik werk met mijn SIZ-methode (Secties in Zones):
eerst snappen waarom iets daar ligt,
dán pas beslissen wat ermee mag gebeuren.

meer tips?

volg me dan op insta: www.instragram.com/stijlenstructuur of op pinterest: https://nl.pinterest.com/stijlenstructuur/_saved/

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *